|
"De winter in Crazbyia kan vreselijk kwakkelen, maar dit jaar heeft hij plotseling en heftig ingezet als koperblazers een concert van de dove bard Thove Been die zijn liefhebbers altijd weer in vervoering brengt en degenen die niet van zijn muziek houden in ieder geval niet in slaap laat vallen. Het begon met onweer en slagregens, waarna de temperatuur scherp daalde en de regens uitmondden in sneeuw die maar niet ophield met vallen, zodat de wegen tussen de steden, de dorpen en de buurtschappen dicht zijn komen te zitten en zelfs de orkenlegers in het noorden hun gedachten van de oorlog gewend hebben. Een eenzame reiziger uit het hoge noorden ploegt in deze omstandigheden door de sneeuw op de weg van Tresad naar Gabrie. De uitzonderlijkheid van de sneeuwmassa's ontgaat hem. In zijn landen ziet de wereld er negen maanden per jaar zo uit en doordat hij een watermagiër is, thuis heet dat een ijsmagiër, neemt hij zijn omgeving als vanzelfsprekend. Ook het feit dat het nieuwe jaar is begonnen, ontgaat hem. Hij is de tel van de dagen al enigszins kwijt." Zo werd Lodywyk in ons verhaal geintroduceerd. Het is een van de vele voorbeelden van een start in ons rollenspel per e-mail. De bovenstaande tekst werd gemaild naar onze mailing list en de speler die Lodywyk neerzette kon erop reageren. En zo zette het verhaal zich voort en als je het vervolg wil weten, kijk dan op deze site naar het hoofdstuk "Bandieten in Gabrie" . Zo zijn er vele introducties geweest. Sinds 1999 rollen de spelers van het ene avontuur in het andere. Sinds 2005 is er een geheel nieuw avontuur, met nieuwe personages en in een nieuwe setting begonnen. Dat vind je onder K1k, dat een afkorting is voor 'Het duizendjarige Keizerrijk', het land waarin de campagne deze keer is begonnen. Het avontuur begint in het jaar 999, in het Duizendjarige Keizerrijk dat in dezelfde wereld ligt als CrazByia. Aangezien 0 het jaar is waarin het Keizerrijk is gesticht, kan je zeggen dat de legendarische naam Duizendjarige Keizerrijk, in wezen realiteit is geworden. Maar wie de geschiedenis van het rijk goed kent, elk personage dat een bard of een nobele speelt weet hier meer over, weet ook dat er tijden van opkomst en verval zijn geweest en dat de huidige periode weliswaar stabiel is, maar minder florissant dan een paar honderd jaar geleden. Of het rijk in verval is of niet, wordt betwist. De macht van het keizerrijk en zijn invloed over de gehele planeet is zodanig dat de jaartelling overal gebruikt wordt. Dat betekent dus dat onze vorige avonturen in CrazByia (in de jaren 704, 705 en 905) respectievelijk een kleine driehonderd en honderd jaar tevoren plaatshebben. Voor zover dit relevant kan worden, want in zijn huidige toestand is het keizerrijk geisoleerd en is er nauwelijks contact met andere bewoonde gebieden die op hetzelfde continent liggen, laat staan die op andere continenten liggen. Het rijk ligt op het zuidelijk halfrond (CrazByia ligt op het noordelijk). Dit is iets dat van belang is om rekening mee te houden omdat het een praktisch effect heeft op de dynamiek van klimaten en seizoenen en daarmee allerlei feiten en logica in de speldynamiek. Het betekent dat wanneer je je bevindt op een willekeurige plek in het rijk, de evenaar en dus de tropen in het noorden liggen en de pool in het zuiden. Het betekent ook dat het zomer is in Januari, herfst in Maart, winter in Juli en lente in September. Aangezien de karavaanroutes in het rijk van groot belang zijn voor het verhaal, moet men dus geen moment vergeten dat een reis naar het zuiden, een reis naar de kou en een reis naar het noorden een reis naar de warmte betekent. Het betekent ook dat een seizoengevoelig produkt zoals jonge wijn, dat aan het eind van de herfst verhandeld kan worden, in de karavanen opduikt rond april (en niet in oktober wat men zou verwachten). Het betekent dat een reis over een pas die alleen in de zomer open is, in December moet plaats vinden en een reis door een woestijn die alleen in de winter begaanbaar is, in Juni plaats moet vinden. Het is tevens afgesproken dat de planeet van Crazbyia een iets scherpere helling heeft dan onze wereldbol. Het gevolg is dat de klimaatsverschillen tussen zomer en winter wat groter zijn. Er is nog een geografisch feit waar men rekening mee dient te houden en dat nogal verschilt van onze IRL ervaring: de continenten op de planeet zijn geconcentreerd rond de polen. Het betekent voor het Keizerrijk en zijn continent, dat er kusten in het westen, oosten en noorden zijn en dat er ondoordringbare bergketens in het zuiden zijn die reiken tot de pool. Ik heb een provisorische kaart in paint gebrouwen dat op deze site te zien in onder 'Kaarten'. De afstanden die je op de kaart ziet zijn enorm. Antonie is nog bezig om betere kaarten te maken dus het kan nog wat gaan varieren, maar de afstand tussen Kamp van Sleetstede en Stoutesheim is ongeveer 750 tot 1200 kilometer. Gegeven dat de planeet een bol is als onze aarde, betekent het ook dat mijn provisorische kaart een mercator projectie is, met de typische vertekeningen die daarbij horen. In het zuiden rondom de zuidpoolcirkel is er een vertekening die de afstanden groter weergeeft dan in het echt en in het noorden rond de evenaar lijken de afstanden kleiner dan ze in het echt zijn. Het betekent eveneens dat de kortste weg, hemelsbreed, van Klovenburg tot aan de oostkust niet een rechte lijn is zoals benaderd wordt door de keizersweg die een groot deel van de afstand overbrugt, maar een parabool is die zuidwaarts buigt. Als je dit niet zoveel zegt, denk dan aan het volgende: als je van Schiphol naar Toronto vliegt, gaat de reis boven Groenland langs. Op een vlakke kaart is dat een boog noordlangs en lijkt een rechte lijn over de oceaan korter. Maar bekijk je dit op een globe, dan zie je dat de route over Groenland in wezen de kortste is. Voor het keizerrijk betekent dat, dat een reis van Klovenburg naar de Wonderberg korter zou kunnen zijn, als men door de toendra's in het zuiden zou kunnen reizen. Houdt dit als hint in gedachten voor het geval men op een dag geconfronteerd wordt met een omstandigheid waarin een persoon of een bericht sneller tussen deze twee punten is gereisd dan de snelste karavaan over de keizersweg! Op basis van deze aanwijzingen hebben de spelers hun personages uitgewerkt en kon het avontuur beginnen: " -- De keizerweg tussen Vorenburg en Kamp van Sleetstede, maandag 30 augustus 999, dag tot aan de avond. -- De karavaan heeft Vorenburg al ruim een dagreis achter zich liggen als eindelijk alle sporen van de misselijk makende geur van gekookte suikerbieten uit de lucht verdwenen is. De winter is de tijd dat de suikerbieten die zo rijkelijk in de omgeving groeien, worden gekookt en omgezet in suiker waar de streek zo goed aan verdient. De karavaan neemt tot genoegen en ruimhartig de suiker af, maar de reizigers lijden even goed van de stank. De reizigers lijden ook van de kou. De karavaan zwoegt al maanden door de winter. Na de slagregens op de Riffen, heeft de stoet zich van Schuilenborg tot Vorenburg twee maanden door de sneeuw geploegd. Nu, hier op de steppe, is er veel minder sneeuw. De omgeving is droog en de weg is vrij. Daar staat dan weer tegenover dat de wind op de hoogvlakte vrij spel heeft en meedogenloos door kleding en canvas snijdt. Stof en stuifsneeuw striemen de reizigers in het gezicht en onttrekken de vlakte aan het oog. De vrieskou is bitter, het drinkwater bevriest in de vaten en de waterzakken. Ervaren reizigers hebben grote of kleine koperen ketels waarin ze houtskool gloeiend houden. Het ijs kan in kleine keteltjes die aan de potten verbonden zitten gesmolten worden. Arme lieden in de stoet, met name de pelgrims en de vluchtende stam uit Waterlicht, zijn van deze waar niet voorzien en zien zich genoodzaakt om hun dorst te lessen door op ijspegels of aan hun harde waterzak te sabbelen. Velen vriezen met hun lippen aan het ijs vast. De chirurgijn van de karavaan, Meindert, heeft handenvol werk met het behandelen van bevroren lippen, alsmede vingers en tenen. De leidraad door het woeste en eentonige landschap is de zwartbasalten weg, de keizerweg, die de zeventien Keizersteden verbindt en de levensader van het duizendjarige keizerrijk is. Op kaarten oogt de weg statig en kaarsrecht, maar in de realiteit kronkelt en verwart hij de reiziger. Er is een groep wegenbouwers die meereist en waar nodig de weg herstelt en vindbaar maakt, maar de ploeg heeft vanaf Vorenburg zoveel gaten in de weg te dichten gehad, dat ze door het grootste gedeelte van de stoet al zijn ingehaald. Zodoende schuifelen de snelste reizigers, degene met paarden en de eenlingen te voet, vooraan, onzeker door het landschap. Zoekend naar het zwarte spoor, waarlangs de volgende stad, Kamp van Sleetstede bereikt moet worden, al ligt die nog zeker zo'n vier dagreizen weg. De spoorzoekers van de karavaan gaan vooruit en maken geïmproviseerde markeringen en zodoende blijft de menigte toch nog bij elkaar. Het is een menigte die is uitgegroeid tot meer dan duizend zielen. Van schatrijke handelaren met een luisterrijk gevolg tot straatarme pelgrims en gelukszoekers die in het huidige weer haast ten dode opgeschreven zijn. Als het puik van de karavaan een stad bereikt, moet de staart nog aankomen. Als de laatkomers eindelijk een stad bereiken, is de jaarmarkt al weer voorbij en de kop van het peloton al onderweg naar de volgende stad. Vooraan hebben de ruiters een knik in de weg gevonden. Vrij plotseling duikt het basalt een beekbedding in. Enkele meters lager is een doorwaadbare plek in de stroom (ook hier is het basalt uiteengespoeld en zal de werkploeg opgehouden worden), waarna de weg net zo steil uit de bedding oprijst en verder gaat. In de bedding, zo oordeelt men, is een goede plek om te rusten. Er is wat beschutting tegen de wind, dankzij de helling en een paar stokoude wilgen. Men stopt de paarden en de wagens. De koperen vuurpotten worden op de grond gezet en de keteltjes met water op de potten geposteerd. In de potten gooit men gedroogde bladeren en handenvol suiker. Het geurtje van de bietensuiker vult weer de neuzen van de reizigers. De eerste kommen thee gaan rond. De thee is ontstellend zoet en veel te heet om te drinken, maar door de kom in de hand te houden en het gezicht dichtbij te brengen warmt men weer wat op, de bietenlucht voor lief nemend." Lees het vervolg....
|